De ontbinding door een gerechtelijke beslissing

De wet bepaalt dat de voorzitter van de ondernemingsrechtbank van de plaats waar de vennootschap haar maatschappelijke zetel heeft, zetelend zoals in kort geding op vraag van een aandeelhouder of vennoot, om wettige redenen de ontbinding van een vennootschap kan uitspreken.

Wat betekent “zetelend zoals in kort geding”?

Dit betekent dat de voorzitter van de ondernemingsrechtbank bevoegd blijft om de zaak te behandelen (i.t.t. de kortgedingrechter). Hij mag dit doen volgens de regels van het kort geding omdat de hoogdringendheid van de zaak wordt verondersteld. Er moet dus niet naar de kort- gedingrechter gegaan worden. Er gelden bijvoorbeeld veel kortere termijnen waardoor de zaak sneller wordt behandeld.

Wat zijn “wettige redenen”?

De wet veronderstelt dat volgende situaties onder “wettige redenen” vallen:

  1. De aandeelhouder of vennoot heeft zijn plichten binnen de vennootschap in grote mate verzuimd

  2. De aandeelhouder of vennoot verkeert o.w.v. een kwaal niet langer in de mogelijkheid om zijn verplichtingen uit te voeren

  3. Alle andere gevallen die de normale voortzetting van de activiteit van de vennootschap onmogelijk maken (bv. een onoplosbaar conflict tussen vennoten)

  4. Het niet neerleggen van jaarrekeningen.​

Een reden voor gerechtelijke ontbinding is wanneer een vennootschap haar wettelijke verplichting omtrent het neerleggen van een jaarrekening niet nakomt. De rechtbank kan dan de ontbinding uitspreken op vraag van iedere belanghebbende, het openbaar ministerie of na mededeling van de Kamer voor ondernemingen in moeilijkheden.

Deze vordering kan pas ten vroegste zeven maanden na datum van de afsluiting van het boekjaar worden ingesteld, en wordt ingesteld tegen de vennootschap.

In geval van mededeling door die Kamer heeft de rechter twee mogelijkheden. Hij kan een regularisatietermijn opleggen waarbinnen de vennootschap de tijd krijgt om haar jaarrekening toch nog in orde te maken en neer te leggen onder toeziend oog van de Kamer voor ondernemingen in moeilijkheden, of hij kan onmiddellijk overgaan tot de ontbinding van de vennootschap.

De rechtbank kan beslissen tot ontbinding wanneer:

  1. De vennootschap in kwestie ambtshalve werd geschrapt omdat ze: ​

    • a. sedert minimum drie jaar, niet beschikte over actieve hoedanigheden, activiteiten of vestigingseenheden, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;

    • b. ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen met een actieve status;

    • c. niet beschikt over lopende toelatings- of hoedanigheidsaanvragen, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;

    • d. Sinds 7 jaar, geen enkele wijziging aangaande de ingeschreven gegevens in de Kruispuntbank van Ondernemingen heeft uitgevoerd;

    • e. Sinds 7 jaar, geen enkele andere publicatie dan die van de jaarrekeningen, in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad of in het Belgisch Staatsblad heeft uitgevoerd.

    Dit zijn cumulatieve voorwaarden.

  2. Wanneer de vennootschap, ondanks twee oproepingen met dertig dagen ertussen (waarvan de tweede gebeurde bij gerechtsbrief) niet verschenen is voor de Kamer voor Ondernemingen in moeilijkheden.

  3. Wanneer de bestuurders van de vennootschap niet over de nodige beroepsbekwaamheid of beheersvaardigheden beschikken die bij wet, decreet of ordonnantie worden opgelegd (bv. bepaalde diploma’s).

In geval van verzoek van een belanghebbende of het Openbaar ministerie zal de rechter een regularisatietermijn van minimum drie maanden toekennen. Hij zal daarbij de zaak sowieso eerst doorverwijzen naar de Kamer voor ondernemingen in moeilijkheden die verslag zal moeten uitbrengen. Na het verstrijken van de opgelegde termijn neemt de voorzitter van de ondernemingsrechtbank een beslissing over de ontbinding, op basis van het verslag van de amer.

De ontbinding zal opgenomen worden in een vonnis en zal uitwerking hebben vanaf de datum waarop ze is uitgesproken. Het vonnis is vatbaar voor verzet en hoger beroep.