VEREFFENING VENNOOTSCHAP

Elke vennootschap wordt geacht om voort te blijven bestaan na haar ontbinding tot aan de sluiting van de vereffening ervan. Dat voortbestaan dient dan wel louter ter bewerkstelliging van die vereffening.

Na de ontbinding van een vennootschap zal de rechtbank een vereffenaar aanstellen.

De vereffenaar mag volgens de wet alle handelingen doen die hij nodig of nuttig vindt om de vereffening van de vennootschap tot een goed einde te brengen.

Hij regelt de verdeling van het vermogen (de activa) van de vennootschap om de gemaakte schulden (de passiva) te kunnen voldoen. De vereffenaar kan er bijvoorbeeld voor kiezen om eventuele onroerende goederen van de vennootschap openbaar te verkopen, indien hij de opbrengst daarvan nodig acht om de schulden te voldoen. Hij kan de aandeelhouders dwingen tot de betaling van het nog niet volstort kapitaal, of de zaakvoerders aanspreken om hun openstaande rekening courant debet te voldoen.

De vereffenaar vertegenwoordigt de vennootschap in rechte ten opzichte van derden.

Er zijn echter ook wettelijke beperkingen gesteld aan het handelen van de vereffenaar; zo bepaalt de wet dat hij voor een aantal acties, een voorafgaande machtiging van de Ondernemingsrechtbank moet krijgen.

Bij het einde van de vereffening maakt de vereffenaar een verslag over aan de bevoegde Ondernemingsrechtbank. De rechtbank zal dan de sluiting van de vereffening uitspreken.

Indien schuldeisers van oordeel zijn dat er een actief vermogensbestanddeel van de vennootschap werd vergeten, kunnen zij de heropening van vereffening vorderen indien hun schuldvordering niet integraal voldaan werd. Die vordering stellen ze dan in tegen de vereffenaar.

De rechtbank zal de vereffening echter slechts heropenen wanneer het vermogensbestanddeel in kwestie meer waard is dan dat de kosten van de heropeningsprocedure bedragen.