2.2 Deficitair faillisement

Het faillissement versus (deficitaire) vereffening

Vennootschappen in moeilijkheden verkiezen soms de vereffening van de vennootschap boven een herstructurering of een faillissement. Dergelijke vereffening eindigt bijna altijd met een tekort. In het nieuwe wetboek van vennootschappen en vereffeningen werd de mogelijkheid van een deficitaire vereffening thans voor het eerst ook wettelijk verankerd en geregeld (zie artikel 2:84 en 2:97 WVV).

Bij een faillissement wordt de curator gekozen en aangesteld door de ondernemingsrechtbank. Bij een vereffening behouden de aandeelhouders nog grotendeels controle over de vennootschap en de afwikkeling van de vereffening. Zij kunnen namelijk zelf een vereffenaar naar keuze benoemen.

Bij een vereffening kan de bestaande negatieve weerslag en imagoschade omtrent een faillissement (en de publiciteit die hiermee gepaard gaat) alsook de negatieve impact op de kredietwaardigheid van de betrokken bestuurders (en aandeelhouders) van de vennootschap vermeden worden.

Een vereffening verloopt doorgaans sneller en is minder kostelijk (uurloon t.o.v. barema’s berekend op gerealiseerd actief bij faillissement).

Er zijn dus verschillende  saneringsmogelijkheden naast het faillissement:

–       Deficitaire vereffening. Hierbij wordt de vereffening met akkoord van de schuldeisers en buiten het faillissement afgesloten met een tekort. De schuldeisers blijven hierbij aldus – met hun expliciet akkoord – geheel of gedeeltelijk in de kou staan.

–       Gewone vereffening met kwijtschelding van schulden. Hierbij gebeurt – voorafgaand of naar aanleiding van de vereffening – een (expliciete of impliciete) kwijtschelding van schulden door de schuldeisers zodat de vereffening niet-deficitair kan worden gesloten.

–       Gewone vereffening met overname van schulden door de aandeelhouders. Hierbij aanvaarden de aandeelhouders om het tekort bij afsluiting van de vereffening over te nemen zodat de vereffening niet-deficitair kan worden gesloten.

–       Herstructurering onder de wet betreffende de continuïteit van ondernemingen (het minnelijk akkoord en de gerechtelijke reorganisatie waarvan de toelatingsvoorwaarden worden versoepeld).

Wij treden op als vereffenaar van ondernemingen, zelfs als het risico bestaat dat de vereffening deficitair zal zijn.