OVERBRUGGINGSRECHT: SOCIAAL STATUUT NA FAILLISSEMENT

Een faillissement veroorzaakt een hele reeks gevolgen voor de gefailleerde. Hieronder bespreken we kort de gevolgen van een faillissement en gaan we specifiek in op het overbruggingsrecht.

Wat is het overbruggingsrecht?

Wanneer zelfstandigen hun activiteit moeten stopzetten door bijvoorbeeld een faillissement, hebben zij recht op een inkomen uit de sociale zekerheid. Dit recht noemt men het “overbruggingsrecht”. Het biedt een vervangingsinkomen.

Wanneer ontstaat het overbruggingsrecht?

Sinds 1 januari 2017 zijn er vier specifieke situaties omschreven die het overbruggingsrecht doen ontstaan:

  1. Faillissement van de zaak (zowel voor eenmanszaken als voor vennootschappen).

  2. Een collectieve schuldenregeling (de collectieve regeling moet dateren van voor de stopzetting).

  3. Brand, vernieling door derden, natuurramp, beroepsallergie.

  4. Stopzetting om economische redenen (nieuw vanaf januari 2017)​.

Voorwaarden voor het overbruggingsrecht

Om aanspraak te kunnen maken op het overbruggingsrecht moet men voldoen aan een aantal cumulatieve voorwaarden:

  1. In het kwartaal van stopzetting en in de drie onmiddellijk daaraan voorafgaande kwartalen moet de persoon in kwestie zelfstandige in hoofdberoep of meewerkende echtgenoot (maxistatuut) geweest zijn.

  2. Men moet sociale bijdragen verschuldigd zijn in die kwartalen.

  3. Men moet 4 kwartalen effectief betaald hebben in de 16 kwartalen voorafgaand aan de stopzetting of het faillissement.

  4. Men mag geen enkele beroepsactiviteit meer hebben.

  5. Men moet jonger dan 65 jaar zijn en geen recht hebben op een ander vervangingsinkomen.​

Omvang van het overbrugginsrecht

De maandelijkse uitkering is hetzelfde bedrag als het minimumpensioen van de zelfstandigen. Men kan er maximaal 24 maanden over de hele loopbaan als zelfstandige op terugvallen. Wanneer men dus bij een eerste faillissement bijvoorbeeld vier maanden van dit recht heeft gebruikgemaakt, kan men er later na een tweede faillissement nog maximaal 20 maanden aanspraak op maken.

Cumulatie van het overbruggingsrecht met inkomsten uit arbeidsprestaties of met een ander vervangingsinkomen is onmogelijk.

De werkloosheidsuitkering heeft steeds voorrang. Zelfs als het bedrag van uw werkloosheidsuitkering veel lager ligt dan dat van uw overbrugging, zal u toch genoegen moeten nemen met het lagere werkloosheidsbedrag. Wanneer u het overbruggingsrecht aanvraagt, bent u daarom verplicht om te bewijzen dat u geen recht heeft op een werkloosheidsuitkering.

Uitbreiding van het overbruggingsrecht

Omdat de faillissementswet vanaf 1 mei 2018 een grotere groep ondernemers toelaat failliet te gaan, is ook het toepassingsgebied van het overbruggingsrecht verruimd:

  • Vrije beroepen kunnen failliet gaan en overbruggingsrecht bekomen.

  • Zelfstandige helpers en medewerkende echtgenoten kunnen in bepaalde gevallen failliet gaan. Een medewerkende echtgenoot (maxistatuut) kan een overbruggingsrecht aanvragen.